Bibliotheeklijst (meer informatie) Bron: dirigent / bestuur Laatst bijgewerkt: 14-06-2022
Referentienummer: 37 (momenteel in repetitie)                Archiveringsdata: =>[16-03-2021][25-10-2018]=>
Titel: Pilgerchor (P)
Uit: Tannhäuser
Componist / Bewerkt door: Richard Wagner
Genre: opera
Opmerking: ttbb
Over dit werk zijn de volgende artikelen geschreven:

Pelgrimskoor uit Tannhäuser Dit nieuwsartikel is in klad-versie. Klad-versies zijn nog in redactionele staat en de inhoud is nog niet definitief. Daardoor kunt u geen rechten ontlenen aan dit artikel.
geen afbeelding bij column

Dit stuk is scene 1 uit akte III, een scene van Elisabeth en Wolfram met koorbegeleiding, uit Richard Wagners' opera in 3 akten 'Tannhäuser'.

Voorafgaand aan deze scène ligt de volgende verhaallijn:

Tannhäuser is van adellijke afkomst en de mooiste zanger uit zijn omgeving. Na het winnen van een zangwedstrijd verlaat hij zijn omgeving op zoek naar de liefde. Hij verlaat daarbij Elizabeth, die van hem houdt. Op zijn tocht bereikt hij de Venusberg en gaat binnen. Hij wordt de geliefde van Venus, de godin die de zinnelijke liefde verbeeld, en verliest alle realiteit en tijdsbesef uit het oog.

Aanvang van de opera

Akte I
Langzaam bemerkt Tannhäuser een gemis bij zijn verblijf in de Venusberg. Hij bepleit zijn gemis bij de godin en verzoekt weer terug naar de aarde te mogen. Venus beschouwt dit als een belediging en vervloekt zijn terugkeer. Hij zal de rest van zijn verblijf op aarde gehoond en beschuldigd worden, maar zij zal op hem blijven wachten. Zij vergunt hem zijn terugkeer onder voorwaarde dat hij getuigenis van zijn liefde voor Venus aan de mensen zal doen.

Tannhäuser heeft de ketterse godin Venus verlaten en keert, na jaren, weer terug bij de mensen. Hij vindt zichzelf weer terug op aarde in z'n oude woonomgeving bij de 'Wartburg' het kasteel van landgraaf Herman en ontmoet daar de landgraaf en zijn gezellen, zowel oude vijanden alsook oude vrienden van Tannhäuser. Zij nodigen hem uit om weer terug te keren naar het slot, teneinde aan een nieuwe wedstrijd mee te doen.

Akte II
Vlak voor de wedstrijd vindt een hereniging plaats met Elisabeth, haar gevoelens voor Tannhäuser worden weer aangewakkerd. Bij de wedstrijd beschimpt Tannhäuser de gezellen. Hij vindt hun zangkunst ver onder het peil en zal het wel even beter doen. Men grijpt reeds naar de zwaarden. De landgraaf sust de zaak en laat Tannhäuser zijn deelname uitvoeren. Als gevolg van zijn belofte bepleit Tannhäuser in zijn lied de liefde voor Venus. Daarbij komt ter sprake dat Tannhäuser de Venusberg heeft bezocht.

Verontwaardiging alom, dit zijn ketterse ideeën en de zaak escaleert. Elisabeth bepleit vergiffenis voor Tannhäuser terwijl de rest hem zo ongeveer wil executeren. De landgraaf komt met een oplossing. Er gaan boetepelgrims naar Rome om de Paus om vergiffenis te smeken. De oude zijn reeds weg en de jongere rusten nog wat in het dal. Tannhäuser kan zich bij hen aansluiten om vergiffenis voor zijn zonde te vragen.

Akte III
De zomer is voorbij en de pelgrims worden weer terug verwacht. Elisabeth, bijgestaan door Wolfram, wacht hun terugkomst af in de hoop een vergeven Tannhäuser terug te zien. De oudere pelgrims retourneren (d.i. het door ons gezongen pelgrimskoor), helaas is Tannhäuser daar niet bij. Elisabeth beklaagt haar lot.

Wolfram bezingt de hoop op een uitweg voor Tannhäuser. Daarna ontmoet Wolfram Tannhäuser, die toch achter de oude pelgrims aan het vaderland heeft bereikt. Tannhäuser ziet er verschrikkelijk uit. Hij is volledig gedesoriënteerd, vervuild en reddeloos. Schoorvoetend vertelt hij over zijn belevenissen. Zich in boete overdrijvend heeft hij Rome bereikt. Daar waar de andere pelgrims op schoenen wandelden en beschutte overnachtingen regelden, zocht hij met naakte voet steen en doorn en bracht de nacht in weer en wind in de open lucht door.

Zo kwam hij in Rome. Deemoedig en bescheiden verzocht hij de Paus om vergiffenis. De Paus ontstak in toorn toen hij vernam van de diepte van Tannhäuser's zonde. De Paus steekt vol woede zijn staf in de grond en verklaart: 'Zoals deze staf nooit meer groene blaadjes kan krijgen, zo zal deze zondaar nooit vergiffenis ontvangen.' Nu staat Tannhäuser hier verloren voor de mensheid en verloren voor het koninkrijk der hemelen.

Hij zoekt naar een terugweg naar het binnenste van de Venusberg. Gedurende het gesprek veranderd het landschap, klinken geluiden. Voor Wolfram is dit de hel en zijn het duivelse bekendmakingen. Voor Tannhäuser, in zijn waan, is het hemels. Venus verschijnt en er ontstaat een gevecht om de ziel van Tannhäuser. Ook Elisabeth, nog immer niet teruggekeerd naar het slot mengt zich in de zaak. Zij verklaart zijn zaak voor de allerhoogste te willen bepleiten en sterft. Venus verdwijnt in het niets. En de jongere pelgrims arriveren nu ook in het dal. Zij verklaren van het wonder in Rome. De staf die de Paus in de grond had gestoken schoot wortel en verkreeg zo fris groen.

Einde van de opera.

Herman Verberne [18-06-2002]
* * *
Tannhäuser: Der Sängerkrieg auf der Wartburg Dit nieuwsartikel is in klad-versie. Klad-versies zijn nog in redactionele staat en de inhoud is nog niet definitief. Daardoor kunt u geen rechten ontlenen aan dit artikel.
geen afbeelding bij column

''Tannhäuser'' (1845), ook bekend onder de naam ''Der Sängerkrieg auf der Wartburg''. Libretto en muziek van Richard Wagner (1813-1883)

De opera speelt zich af in de Middeleeuwen op de Wartburg in Thüringen. Het is de tijd van de troubadours, die in Duitsland minnezangers genoemd worden. Tannhäuser is zo'n minnezanger die ongeveer van 1205 tot 1266 leefde. Hij nam o.a. deel aan de kruistocht van 1228/1229. Hij schreef en zong veel minneliederen (=liefdesliederen) en dansliederen, die erg erotisch getint waren, wat in die tijd ongebruikelijk was. De meeste zangers bezongen de 'hoofse liefde', waarin deugden als zelfbeheersing, edelmoedigheid, mildheid en reinheid een belangrijke rol speelden. De passie werd beteugeld. Om de persoon Tannhäuser zijn vele legenden ontstaan.

Inhoud van de opera
Tannhäuser bevindt zich als minnaar van Venus (de Romeinse godin van de liefde) in de Venusberg (de lusthof van Venus). Deze scene wil zeggen, dat Tannhäuser volkomen verslaafd is aan de lichamelijke liefde, aan sex dus modern gezegd. Maar hij heeft er genoeg van gekregen. Hij wil Venus verlaten, maar die wil hem niet laten gaan. Als de dichter dan de naam van Maria noemt, verdwijnt de betovering van de Venusberg en Tannhäuser ontwaakt aan de voet van de Wartburg. Hij voelt een groot berouw over het zinnelijke leven dat hij geleid heeft.

Hij wordt gevonden door minnezangers die voor een zangwedstrijd (Sängerkrieg) op de Wartburg bij elkaar zijn gekomen. Tannhäuser zal ook meedoen. Allen bezingen de hoofse liefde, behalve Tannhäuser die de lichamelijke liefde verheerlijkt. Hij vertelt dan ook wat hij in de Venusberg beleefd heeft. De aanwezigen zijn sprakeloos en willen hem doden. Zover komt het niet. Ze sturen hem naar Rome, naar de Paus om hem om vergiffenis voor zijn zonden te vragen. Tannhäuser vertrekt met een groep pelgrims naar Italië. De Paus wil hem niet vergeven en vervloekt Tannhäuser, omdat zijn zonden te groot zijn. Pas als zijn verdorde pelgrimsstaf weer groen zal uitlopen, dan mag hij op verlossing hopen.

De pelgrims keren terug en zingen het ''Pilgerchor'' (pelgrimskoor):

Ik voel me gelukkig, omdat ik mijn geliefde vaderland met zijn lieflijke weiden weer terug mag zien. De reisstaf laat ik nu rusten, omdat ik voor God mijn pelgrimstocht volbracht heb. Door mijn straf te ondergaan en boete te doen heb ik me met de Heer verzoend, aan wie ik mijn hart heb toegewijd en die mij zegent vanwege mijn berouw. Voor deze Heer zing ik mijn lied.
Aan degene die boete doet, wordt heil en genade geschonken. Hij zal eens de vredige rust van de heiligen genieten. Voor de hel en de dood is hij niet bang. Daarom zal ik God mijn leven lang prijzen. Alleluja! Tot in eeuwigheid.

Maar Tannhäuser bevindt zich niet onder de terugkerende pelgrims. Hij houdt zich afzijdig en wil naar de Venusberg terugkeren. Uiteindelijk sterft hij. De laatste pelgrims echter brengen zijn bloeiende pelgrimsstaf mee. Ook Tannhäuser valt verlossing ten deel.

In Nieuwsbrief 2002-06 geeft Herman een zeer uitvoerige inhoud van de opera. Ik heb de inhoud ingekort door alleen het Tannhäuser-verhaal te geven en daarnaast de vertaling van het ''Pilgerchor'', die in dat artikel ontbrak.

Harry Reimert [04-10-2004]
* * *